zaterdag 2 juni 2012

Putin-light: de halfvrije media



In de marge – met name op het internet - bestaat er in Hongarije persvrijheid en pluriformiteit. Dat is dan ook het standaardargument voor sommigen om te beweren dat er niets aan de hand is en dat iedereen in Hongarije als hij wil elke mening kan ventileren en lezen. Klopt, maar vrijheid in de marge is niet het punt, die is er ook in het Rusland van Putin. De Amerikaanse NGO Freedom House kwalificeerde recent de mediasituatie in Hongarije niet voor niets als “halfvrij.”


Buiten die marge, bij de grote commerciële TV-zenders, de populaire radiostations, de publieke omroepen, het merendeel van de dag-, week- en huis-aan-huis bladen, kortom bij de media die de massa van de bevolking bereiken, is de situatie heel anders. Daar overheersen volgzaamheid en zelfcensuur, het resultaat van commerciële en wettelijke druk en een van Azerbeidjan gekopieerd systeem van “co-regulering” dat critici karakteriseren als het “outsourcen” van censuur

Zonder vrije pers is er geen democratie.
Maar eerst het positieve nieuws. Onder druk van Europa wordt de mediawetgeving maandag 4 juni op een aantal punten aangepast. Journalisten kunnen niet meer zomaar gedwongen worden hun bronnen prijs te geven, gedrukte en online media vallen niet meer rechtstreeks onder de inhoudelijke controle van de Media autoriteiten en media kunnen niet langer gedwongen worden willekeurig welke gegevens over  zichzelf en hun functioneren aan de Media autoriteiten te overhandigen. Prima allemaal, maar…

Aan de kern van de kritiek van Europese deskundigen geeft de Hongaarse regering niets toe. De almachtige positie van door Fidesz benoemde Media autoriteiten blijft. Die autoriteiten kunnen nog steeds enorme boetes opleggen aan media voor “ernstige” overschrijding van fatsoensnormen, belediging van religieuze overtuiging e.d. Wat ernstig en wat fatsoen is bepalen die autoriteiten zelve en media kunnen niet inhoudelijk tegen zo’n boete in beroep bij een rechter. Het is dus niet ondenkbaar dat een zender die al te kritisch is over de regering extra boetes oploopt voor andere overtredingen, want er is altijd wel wat te vinden. Het resultaat is zelfcensuur: de meeste onafhankelijke commerciële media mijden controversiële kwesties en politiek in het algemeen zoveel mogelijk.

Ook blijven de Hongaarse publieke omroepen slaafse regeringsspreekbuizen waar van bovenaf directe censuur wordt uitgeoefend (“Je moet echt alles voorleggen, ik wordt er gek van,” aldus een omroepmedewerker die uiteraard niet geïdentificeerd wenst te worden). Hetzelfde geldt voor het nationaal persbureau MTI. Nadat een vakbond van werknemers daar recent protesteerde tegen een reorganisatie, besloot de regering het aantal werknemers van MTI te verminderen tot onder de 50 … zodat het personeel wettelijke geen recht meer heeft op vakbondsvertegenwoordiging.

Om de onafhankelijke media extra onder druk te zetten is er bovendien een systeem ingevoerd dat eigenlijk uit de wereld van het Internetbeheer komt: co-regulering. De Mediaraad heeft, in ruil voor de toezegging dat ze zou afzien van boetes, met overkoepelende organisaties van uitgevers e.d. contracten afgesloten waarbij die organisaties zich verplichten erop toe te zien dat de media onder hun bereik de inhoudelijke richtlijnen van de mediaraad (objectiviteit, fatsoen, enz.) respecteren. Volgens Miklos Haraszti, mediadeskundige en voormalig mediawaarnemer van de OVSE, is Hongarije met die aanpak, die in zijn woorden neerkomt op het uitbesteden van de censuur, uniek in Europa. Het effect is uiteraard nog meer zelfcensuur.

Daarnaast is een heel groot deel zo niet de meerderheid van de media (TV, radio, gedrukte pers) inmiddels al opgekocht door aan Fidesz-gelieerde bedrijven. Ook de huis-aan-huis bladen die ik in Vác in de bus krijg – en die mede worden gefinancierd door de locale (Fidesz) overheid –  zijn stuk voor stuk regeringsgezind en het is in de meeste steden niet anders. De markt van outdoor advertenties (plakkaten op bushokjes, muren, gigantische borden langs snelwegen enz.) wordt al jaren overheerst door bedrijven van goede vrienden van premier Orbán. Bovendien hebben rechtse en radicaalrechtse radiostations (Lánchíd Rádió, Mária Rádió, Európa Rádió) de afgelopen twee jaar bij de toewijzing en herschikking van frequenties de helft van alle tenders gewonnen. Een typische gang van zaken: een zeker radiostation doet veruit het hoogste aanbod en belooft bijvoorbeeld speciale locale programmering. Een paar maanden nadat Media autoriteit besloten heeft dat die zekere tender de tender heeft gewonnen, besluit de Media-autoriteit dat het station de speciale locale programmering mag schrappen en dat het ‘t toegezegde enorme bedrag toch niet hoeft te betalen. Het nieuw contract waarin staat hoeveel ze dan wel betaalt, is niet openbaar.

De paar oppositionele traditionele media die er nog wel zijn, worden ernstig in hun functioneren beperkt. Zo krijgen ze nauwelijks tot geen advertenties meer van de overheid en van overheidsbedrijven en durven veel commerciële bedrijven niet bij die media te adverteren omdat ze bang zijn (en hen met zoveel woorden te verstaan is gegeven) dat dan hun zakelijke relaties met de overheid wel eens in gevaar zouden kunnen komen. Het bekende geval van talk radiostation Klubradio, de enig overgebleven oppositionele radiozender, laat bovendien zien hoe de Media-autoriteit kritische geluiden ook met ondoorzichtige regels en beslissingen aan kan pakken. De meest recente noviteit: de Fidesz meerderheid in het parlement heeft een wet aangenomen die bepaalt dat de Media-autoriteit Klubradio geen frequentie hoeft te geven, zelfs als de rechtbank in hoger beroep binnenkort (opnieuw) mocht besluiten dat dat wel moet.


Gezien het voorgaande zal het niemand verbazen dat de twee grote commerciële TV zenders van het land, RTL Klub en TV2 die samen misschien wel 90% van het TV kijkende publiek bereiken, zich buitengewoon stil houden. Politiek is vrijwel uit de programmering geschrapt en de nieuwsvoorziening is zeer omzichtig. De grote angst bij die zenders is dat ze de vergunning voor hun frequentie, die dit jaar vernieuwd moet worden, kwijtraken. Of dat ze bijvoorbeeld gedwongen worden een groot pakket an hun aandelen af te staan aan een aan Fidesz-gelieerd bedrijf. Ik weet het, dat klinkt als maffia, maar het gebeurt. Het ooit zeer populaire radiostation Danubius bijvoorbeeld zegt dat het een paar jaar terug een dergelijk “aanbod” kreeg (naar verluid van de man die later minister van economische zaken werd in de Fidesz regering). Danubius weigerde …en was een half jaar later haar vergunning helemaal kwijt.

"Dit is allemaal flagrant in strijd met het persklimaat zoals dat in een EU land hoort te zijn," aldus Haraszti. "De paradox is dat dit alles gebeurt binnen de EU, maar dat de EU er weinig tot niets daadwerkelijk aan kan doen omdat daartoe de middelen en mechanismes ontbreken."


Verder deze week:

-Volgens de Europese Centrale Bank zijn de veranderingen die de regering Orbán (a.s. maandag) doorvoert in de wetgeving op de positie van de Hongaarse Nationale Bank (MNB) onvoldoende. De onafhankelijkheid van de MNB is nog altijd niet gegarandeerd en dus kunnen de gesprekken met het IMF over een lening nog altijd niet van start. Langzaam maar zeker nadert de koers van de forint weer de gevarenzone (gisteren 306 voor de euro).

- De populariteit van Fidesz en premier Orbán is de afgelopen maand opvallend sterk gedaald. Fidesz en MSzP zijn nu in sommige peilingen bijna even sterk en Orbán is nog nooit zo onpopulair geweest.

- Transparency International stapt uit het overleg met politieke partijen over wetgeving die fraude en corruptie bij partij- en campagnefinanciering moet tegengaan. De werkelijkheid is dat dat overleg nooit op gang is gekomen omdat Fidesz afgevaardigden nooit geen tijd zeggen te hebben om aanwezig te zijn, aldus TI.

- Ex president Pál Schmitt, in maart afgetreden vanwege plagiaat, krijgt niet alleen de rest van zijn leven van de staat een inkomen, een staf, een dienstauto en een villa in de heuvels van Boeda, maar de regering Orbán wil dat nu ook vastleggen in een cardinale wet die deel van de grondwet is. Zodat een nieuwe regering dit alles alleen maar van Pál af kan pakken als ze een 2/3 meerderheid heeft.

- Een correctie op mijn stuk over oligarchen en de Fidesz vrienden die honderden hectaren landbouwgrond kregen toebedeeld. Ik schreef toen op gezag van een andere publicatie dat velen van hen de 300 euro EU subsidie incasseerden en vervolgens hun land verpachtten en ook nog eens pachtopbrengst incasseerden. Dat is onjuist, al is de werkelijkheid niet veel beter. Degene die de grond pacht, krijgt van de EU de landbouwsubsidie van 200 tot 300 euro (afhankelijk van diverse factoren). Maar de hoogte van de pachtsom die hij aan de eigenaar van de grond betaalt, is min of meer aan die subsidie gekoppeld en kan oplopen tot 100-150 euro per hectare. Zo vloeit een aanzienlijk deel van de EU subsidie naar de eigenaar van de grond en die hoeft over die inkomsten vervolgens in Hongarije geen cent belasting te betalen (inkomen uit lease van land is belastingvrij). Nog steeds zeer lucratief dus.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen