zaterdag 12 mei 2012

Hongaarse oligarchen


Hét buzz-woord van de laatste weken in Hongarije is „oligarch.” Telkens weer duiken er aanwijzingen op dat de afgelopen twee jaar onder premier Viktor Orbán de corruptie schrikbarend toeneemt (wat veelzeggend is want het was al niet best). Aan Fidesz verwante oligarchen, volgens sommigen inclusief de familie Orbán zelf, incasseren de ene na de andere mooie deal. Het steekt des te meer omdat Fidesz nu juist de vorige regeringen verwijt dat ze zo corrupt waren en naar buiten toe beweert dat ze brandschoon is en de corruptie keihard bestrijdt.

Ik schreef een paar weken terug al over de ontwikkelingen in Felcsut, het dorp waar Orbán zijn jeugd doorbracht en waar nu Fidesz-getrouwen voor een zacht prijsje honderden hectaren landbouwland wisten te pachten van de staat, land dat eigenlijk bestemd is voor kleine boeren. Let wel, landbouwgrond is dankzij EU subsidies zeer lucratief. Want Brussel betaalt per jaar 300 euro inkomenssteun uit per hectare landbouwgrond. De Fidesz burgemeester van Felcsut en zijn familie, die samen ergens rond de 1000 ha hebben, beuren dus ruwweg 300.000 euro per jaar (een modaal jaarinkomen is in Hongarije maximaal 10.000 euro).
Afgelopen week kwamen er ook de nodige details boven water over soortgelijke affaires in de provincie Borsod en over ‘landeigenaren’ die subsidies opstrijken uit Brussel maar gewoon in Boedapest wonen. Officieel wordt degene die deze steun krijgt weliswaar geacht het land ook te bewerken, maar dat doen sommige eigenaren van de grond niet zelf: ze verpachten het land voor zeg 20-25.000 forint per ha oftewel 65-75 euro (opnieuw kassa) aan kleine boertjes die het eigenlijke werk doen. Oude tijden herleven.
Volgens József Ángyán is dit soort dingen gemeengoed en is de Hongaarse landbouw een speelbal geworden van een “netwerk van oligarchen die alles in handen hebben: subsidies, grond, de markt.” Hij kan het weten, want hij was tot maart dit jaar staatssecretaris van landbouw in de regering Orbán. Hij dacht daar de belangen van boerenfamiliebedrijven te kunnen behartigen – daarvoor zegt Fidesz immers op te komen – maar trad uit protest tegen de werkelijke gang van zaken af.
Ook interessant is dat de familie Orbán aangrenzend aan de grond die de burgemeester van Felcsut wist te pachten eveneens twee stukken grond in bezit heeft. Het eerste schafte Orbán’s vrouw Anikó al in 2000 aan (in dezelfde tijd kocht ze goedkoop ook een wijngaard bij Tokaj), het tweede kocht zijn vader Győző minder dan een jaar geleden en dat betreft het voormalige landgoed van de Habsburgse Aartshertog Joseph. Vader Orbán kocht het voor een onbekend bedrag van de staat. Van het paleis zelf is na een brand in 1945 weinig meer over dan een paar stukken muur, maar er staan diverse andere gebouwen op waar onder andere de beheerders van het landgoed woonden. In Felcsut schijnt het gerucht te gaan dat de familie er een luxe hotel wil bouwen.
Voor alle duidelijkheid, vader Győző Orbán was ooit een arme sloeber tot hij lid werd van de communistische partij, opklom tot plaatselijke partijbons en het beheer kreeg van een steengroeve. Na de omwenteling kocht hij die groeve voor een zacht prijsje (precies dus datgene wat Orbán al zijn politieke tegenstanders ter linkerzijde steeds weer verwijt) en toen zoon Viktor in 1998 premier werd, kreeg vader Győző opeens heel veel overheidscontracten (wegenbouw) en groeide zijn bedrijf uit tot een imperium.

Ook in andere bedrijfstakken doen Fidesz prominenten het goed. Dé grote man is Lajos Simicska, een van de medeoprichters van Fidesz en goede vriend van Orbán. Hij geldt al sinds 1989 als het financiële brein van de groep, is verantwoordelijk voor allerlei shady deals ten bate van Fidesz in de jaren negentig met behulp van illustere BV’s met namen als Happy End en Ezüst Hajó (het Zilverschip). Simicska heeft inmiddels grote belangen op weten te bouwen in onder andere de mediawereld, de advertentiemarkt en de (wegen)bouw. Veel topfuncties in het ministerie van Economische Zaken worden tegenwoordig bezet door mensen die hoge posities hebben gehad in bedrijven van Simicska. En ook zijn bedrijven weten de laatste twee jaar opvallend veel overheidsopdrachten binnen te halen, al dan niet in openbare uitschrijvingen.
Ook andere topfunctionarissen van Fidesz hebben grote zakelijke belangen, van ex minister van Economische Zaken Tamás Fellegi (media) en minister van Binnenlandse Zaken Sándor Pintér (zijn ‘voormalige’ beveiligingsbedrijf beheerst nu de branche) tot de rijzende sterren als János Lázár (ex-fractieleider, nu benoemd tot staatssecretaris) en Rogán Antal (de nieuwe fractieleider) die beiden als burgemeester (van respectievelijk het stadje Hódmezővásárhely en het 5e district van Boedapest) een vermogen wisten op te bouwen (naar verluid is de locale politiek de meest corrupte sector in het land maar dat heeft daar natuurlijk niets mee te maken).

Ja, ook vóór 2010 was er veel corruptie in Hongarije. Er is zelfs sprake van dat er jarenlang een soort 70-30 deal bestond tussen de grote regerende en oppositionele partijen. Steekpenningen bij grote overheidsopdrachten werden, aldus het gerucht, volgens de 70-30 sleutel verdeeld en dus was iedereen gelukkig en hield iedereen zijn mond. Hoe waar dat gerucht is, valt tot op de dag van vandaag niet vast te stellen. Zelfs Transparency International durft daar desgevraagd niets met zekerheid over te zeggen en het is natuurlijk een schande dat de socialisten daar tot de dag van vandaag omheen draaien (hun financiële brein, Laszló Puch, is recent weliswaar uit alle bestuurlijke posities gezet maar daar blijft het bij).

Maar volgens een recent rapport van TI (maart) is er hoe dan ook geen twijfel over dat het risico op corruptie de afgelopen twee jaar aanzienlijk is toegenomen door een gebrek aan transparantie en door de uitholling van onafhankelijke controleorganen en instituten.


Verder deze week:

- In het stadje Eger hanteert Fidesz een soort zwarte lijst van acteurs en kunstenaars die ongewenst zijn. Een locale Internet nieuwssite publiceerde de notulen en later ook de opnames van een bijeenkomst van de commissie voor cultuur en toerisme, waar een stadsregente suggereerde zo’n lijst samen te stellen. Aanleiding was het optreden in de stad van een acteur die door Fidesz politici werd betiteld als een vuile jood en een liberaal en die derhalve geweerd had moeten worden. Of de lijst nu wel of niet op papier bestaat, iets wat uiteraard door Fidesz wordt bestreden, doet er eigenlijk niet meer toe.

- Slechts een derde van de Hongaren plant dit jaar een zomervakantie, de rest blijft thuis, En van degenen die gaan, is 62% van plan in Hongarije te blijven.
.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen