zondag 7 november 2010

Het einde van het dualisme

Nieuwe wetten worden in Hongarije zelden meer door ministers ingediend, maar door daartoe geinstrueerde parlementariers van de regeringspartij Fidesz. Zo wordt omzeild dat wetsvoorstellen getoetst worden op hun financiele effecten, hun maatschappelijke consequenties of hun juridische houdbaarheid. Het betekent ook het einde van het dualisme in de Hongaarse politiek. In de meeste democratieën wordt een regering geacht te regeren en het parlement om te controleren. Maar in Hongarije controleert het parlement niet, maar verwordt tot een verlengstuk van de regering; een simpele stemmachine.

Neem het voorstel om de bevoegdheden van het Grondwettelijke Hof, de gerechtelijke instantie die geacht wordt te controleren of de regering zich aan de grondwet houdt, danig in te perken (zie mijn bijdrage vorige week). Het wetsvoorstel tot die inperking werd niet ingediend door premier Orbán of enige minister, maar door de fractieleider van Fidesz in het parlement. Het is volstrekt duidelijk dat het idee van de premier zelf afkomstig is, en hij verdedigt het ook te vuur en te zwaard in het openbaar, maar officieel is het geen regeringsvoorstel. Sterker nog, in het eerste debat wat vervolgens afgelopen week in het parlement over dit toch zeer fundamentele onderwerp plaatsvond, speelde de regering geen enkele rol. De diverse partijen deden hun zegje, maar niemand van de regering voerde daar het woord. De premier was er helemaal niet en de minister van justitie Tibor Navracsics, die over deze kwestie gaat, gaf slechts tijdens een deel van het debat acte de présence, maar hield de kaken stijf op elkaar.

Sinds Fidesz de macht in mei van dit jaar overnam, zijn er zo tientallen nieuwe wetten aangenomen die ergens in de burelen van het partijhoofdkwartier worden uitgedacht. Er worden vervolgens een paar fractieleden aangewezen die het wetsontwerp indienen, soms parlementariers die zich eerder met de betreffende kwestie hebben bezig gehouden, maar even vaak ook niet zodat de indieners van de wet waarschijnlijk nauwelijks echt een idee hebben waar het allemaal over gaat. En als er geen al te grote ophef van buiten komt, dan neemt de Fidesz fractie met haar tweederde zetelmeerheid het voorstel vervolgens unaniem aan, al dan niet met steun van de kleine extreem-rechtse fractie van Jobbik.

Op deze manier omzeilt Fidesz niet alleen het ambtelijke apparaat, maar ook de parlementaire procedures die de afgelopen twee decennia waren ontwikkelt. Zo moet nieuwe wetgeving, aleer ze door een minister bij het parlement kan worden ingediend, eigenlijk eerst uitgebreid getoetst zijn. Wat zijn de financiele consequenties? Is de nieuwe wetgeving in lijn met de grondwet, andere Hongaarse wetten, en de Europese regelgeving? Wat zijn de maatschappelijke of economische consequenties en wat vinden maatschappelijke partijen daarvan? Wat is het oordeel van andere ministeries en deskundigen op het betreffende gebied? Allemaal nuttige vragen alvorens je een wet indient, maar in de ogen van Fidesz allemaal alleen maar ballast. “Fidesz is er 150% van overtuigd dat alleen zij weet wat het beste is voor het land. Debat, oppositie, tijdrovende democratische procedures, dat zijn in hun ogen allemaal belemmeringen die een effectief beleid ondermijnen,” zegt Peter Tausz van Transparancy International Hongarije.

En dus laat Fidesz vrijwel alle wetgeving door de fractie indienen, want dan gelden dat soort procedures niet. Natuurlijk komt het in alle democratische landen voor dat parlementariers los van de regering met wetsvoorstellen komen. In Nederland heet dat het “recht op initiatief.” Daar wordt doorgaans echter zeer spaarzaam gebruikt van gemaakt: het is slechts een manier om de regering in uiterste gevallen te kunnen corrigeren. Maar Fidesz lijkt hiermee een methode gevonden te hebben om “snel” en “efficient” te regeren en veel van de nieuwe wetgeving wordt dan ook in recordtempo door het parlement gejaagd, soms zelfs in luttele dagen. Dat daaraan – los van de aantasting van het dualisme – nog veel andere zeer serieuse nadelen kleven, ligt voor de hand.

Het laat bijvoorbeeld de oppositie niet of nauwelijks ruimte om doordacht op voorstellen te reageren, met nuttige wijzigingsvoorstellen te komen of alternatieven aan te dragen. Niet dat dat Fidesz erg interesseert; daar heerst de simplistische opvatting dat democratie betekent dat de meerderheid regeert en vervolgens vier jaar (of langer?) mag doen wat haar goed dunkt. De minderheid heeft gewoon niets te vertellen en moet liefst zijn mond houden.

Het betekent ook dat veel wetgeving heel erg slordig in elkaar zit en in veel gevallen ook stikt van de taalfouten, om maar iets banaals te noemen. Maar als wetgeving niet goed is doordacht, kan dat ernstige consequenties hebben. Er is bijvoorbeeld deze zomer een nieuwe wet ingevoerd dat ook diefstal van kleine bedragen (onder de 20.000 forint oftewel 80 Euro) voortaan vervolgd en bestraft moeten worden met hetzij een boete of gevangenisstraf. Maar omdat er al een wet was dat jongeren zonder eigen inkomen geen boete opgelegd kan worden, kun je dus nu de situatie krijgen dat rechters minderjarigen tot een celstraf moeten veroordelen voor de diefstal van een paar Euro.

Maar de belangrijkste fundamentele conclusie blijft, aldus een aantal mensenrechtenorganisaties in Hongarije, dat met deze manier van handelen parlementaire procedures en democratische wetgeving overduidelijk en permanent worden geschonden.

Deze week:
In de afgelopen week werd ondermeer:
- een wetsontwerp ingediend dat naast rijksambtenaren ook ambtenaren bij gemeentes vanaf 1 januari zonder opgaaf van redenen mogen worden ontslagen.
- een nieuwe mediawetgeving aangenomen, waar onder zeer sterke druk van binnen en buitenlandse organisaties weliswaar de meest uitzinnige kantjes van waren afgeslepen maar die nog steeds op ernstige wijze de persvrijheid in dit land inperkt.
- door de regering toegegeven dat ze het hele systeem van private pensioenfondsen wil ontmantelen, en werknemers de door hen gespaarde pensioengelden dus eigenlijk kwijt zijn.
- het eerste parlementaire debat gevoerd over de inperking van de bevoegdheden van het Grondwettelijke Hof. Ook hier is de binnenlandse en buitenlandse druk tot herziening van dit idee zo groot, dat bepaalde aanpassingen waarschijnlijk zijn, maar de kern overeind blijft.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen