zaterdag 27 november 2010

Doet u mij maar een Cuba Libre.

De Budgettaire Raad was te kritisch en is dus inderdaad passé, terwijl ook de plannen om de onafhankelijkheid van de Hongaarse Nationale Bank (MNB) te ontmantelen klaarliggen. De nationale hoofdofficier van justitie wordt een trouwe partijman, benoemd voor wat makkelijk 15 jaar kan worden. Maar de grote klapper deze week was het besluit van Orbán om de totale pensioenspaargelden van drie miljoen werknemers, 2700 miljard forint (10 miljard euro), te nationaliseren. De vergelijking met Zuid Amerika werd de afgelopen week veelvuldig getrokken.

Voor de verkiezingen in mei bezweerde Fidesz nog bij hoog en bij laag dat de spaargelden van werknemers bij de private pensioenfondsen volkomen veilig waren. In oktober besloot de regering opeens om eenzijdig beslag te leggen op de pensioenpremies voor die privéfondsen voor de periode van ruim een jaar, met de verzekering dat dat natuurlijk allemaal terugbetaald zou worden (zie mijn blog in oktober). En deze week kwam dus het besluit dat al het kapitaal opgebouwd in de private pensioenfondsen naar de staatskas toe moet. Officieel wordt de werknemers gevraagd om voor eind januari vrijwillig hun pensioenspaargeld in de staatskas te storten met de belofte dat zij tezijnertijd gewoon een volledig staatspensioen zullen krijgen. Maar wie niet overstapt naar de staatskas, aldus de dreigende mededeling van minister Matolcsy, verspeelt daarmee voor de rest van zijn leven het recht op een staatspensioen (AOW), ook al heeft hij of zij daar jarenlang premie voor betaald en zal hij of zij dat ook moeten blijven doen.
Dat is natuurlijk geen vrije keus, want in Hongarije komt sinds de invoering in 1997 van het huidige pensioensysteem 70% van iemands uiteindelijke pensioen van de AOW en alleen de aanvullende 30% komt tot stand via premies aan private pensioenfondsen. Niemand geeft natuurlijk 70% op om 30% te mogen houden. De termen dwang, chantage en diefstal vallen regelmatig en er is zelfs sprake van voorzichtige eerste protesten: een paar honderd mensen kwamen spontaan bij het parlement bijeen, de vakbonden hebben een demonstratie aangekondigd en de socialisten brachten vandaag (zaterdag) meer dan 10.000 mensen op de been. De pensioenfondsen (Aegon en ING zijn twee grote spelers hier in Hongarije) zijn uiteraard ook des duivels. Zij zijn ten dode opgeschreven: weg investering, weg banen, maar de regering weigert elk overleg. De fondsen willen naar het Grondwettelijke Hof stappen (dat zich van de regering niet met deze zaak mag bemoeien, maar het wellicht toch gaat doen) en anders naar het Europese Hof in Straatsburg.
Orbán heeft intussen ogenschijnlijk één probleem opgelost: het begrotingstekort in 2011. Dat zou uitkomen op min 3%, maar verandert door deze roof in een overschot van plus 7%. Orbán volgt daarmee het voorbeeld van Argentinië dat in 2008 een soortgelijke pensioenoverval uitvoerde. De gevolgen op langere termijn kunnen desastreus zijn: het opgebouwde kapitaal is voor altijd weg, Hongarije is terug bij af met een ouderwets en volstrekt onhoudbaar staatspensioensysteem (vergrijzing), en het land vernietigt zijn binnenlandse kapitaalmarkt waarin de pensioenfondsen een hoofdrol speelden en waar de regering veel leningen afsloot (er zal dus meer op buitenlandse kapitaalmarkten geleend moeten worden wat duurder is).

Financiële critici afgeserveerd
De Budgettaire Raad die het waagde kritisch te zijn over de economische plannen van de regering (zie mijn blog vorige week) is inderdaad deze week opgeheven door haar begroting met 99% te korten. De voorzitter van de Raad György Kopits – nota bene een conservatieve econoom met veel internationale ervaring in zowel de VS als bij het IMF – reageerde met de opmerking dat alleen het Venezuela van Chavez recent zo'n stap had gezet. De Hongaarse Nationale Bank (MNB) is nu het laatste financiële instituut dat nog onafhankelijk en kritisch oordeelt, maar dat zal niet lang meer duren. De regering benoemde deze week een van haar mensen als voorzitter van de Raad van Commissarissen. Komend voorjaar kan ze de samenstelling van de Monetaire Raad van de MNB (de mensen die bepalen hoe hoog de rente is) definitief in haar voordeel wijzigen. En met een nieuwe grondwet in het verschiet voor mei of juni kan ook makkelijk geregeld worden dat de kritische MNB president András Simor – wiens termijn nog tot 2013 loopt en die weigert vrijwillig weg te gaan – alsnog van het toneel verdwijnt.

Justitie onder partijcontrole
Vrijdag werd tenslotte duidelijk dat Fidesz vertrouweling Peter Polt de kandidaat is om de nieuwe nationale hoofdofficier van justitie te worden. Dat is een zeer machtige functie, degene die uiteindelijk kan beslissen in welke zaken wel en in welke geen strafvervolging wordt ingesteld. Hij is formeel aan helemaal niemand – niet de minister noch het parlement – verantwoording schuldig en is dankzij een wetswijziging benoemd voor negen jaar. Bovendien kan een opvolger alleen met 2/3 meerderheid in het parlement benoemd worden en zolang dat niet lukt, blijft de vorige persoon gewoon aan. Zodat Polt (nu 55) heel wel tot zijn pensioen (70) aan kan blijven. Polt bekleedde de functie al tussen 2000 en 2006 (benoemd door de vorige Orbán regering) en onderscheidde zich toen onder meer door na 2002 – toen Orbán de verkiezingen verloor – elk serieus onderzoek naar corruptieschandalen onder Fidesz te blokkeren. Door critici wordt nu meer van hetzelfde verwacht, plus natuurlijk serieuze pogingen om de vorige linkse premiers – Ferenc Gyurcsány en Gordon Bajnai – om wat voor reden dan ook achter de tralies te krijgen. Een regeling een bananenrepubliek waardig.

Verder werd deze week...
door een Fidesz afgevaardigde toegegeven dat een wet die hij had ingediend niet van zijn hand was, maar ergens vanuit de partijburelen van Fidesz kwam. In feite had de man geen flauwe notie hoe zijn eigen motie precies in elkaar stak en waarom hij al dan niet nodig was.
door financiële markten zacht gezegd niet erg blij gereageerd op de gebeurtenissen. Nationale en internationale analisten, ook de conservatieven onder hen, noemen het optreden van de Orbán regering onverantwoord en kortzichtig en spreken over een groeiend risico. De waarde van de forint daalt, de interesse om de Hongaarse regering leningen te verstrekken neemt af en alom wordt ervan uitgegaan dat Hongaarse waardepapieren binnenkort op de internationale markt de status van “rotzooi” opgeplakt zullen krijgen.
ook door de EU openlijk kritisch gereageerd op de ontwikkelingen. Voorheen had de EU al via stille diplomatie voorzichtige kritiek laten horen, onder meer op een bijeenkomst van twaalf ambassadeurs met Orbán. Nu is er voor het eerst een officiële verklaring uit dat men “bezorgd” is. Dat kan nog leuk worden als Hongarije vanaf 1 januari een half jaar EU voorzitter is. Het mag niet groots klinken, maar de EU is nu eenmaal niet een organisatie van harde actie en megafoon-diplomatie, maar van overleg, masseren en compromissen sluiten.
De druk neemt toe.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen