donderdag 17 april 2014

Business as usual

Na de Potemkin-verkiezingen was het voor Orbán en de zijnen al gauw weer “business as usual.” Over de bouw van het “monument voor de Duitse bezetting” en andere tragikomische gebeurtenissen van de afgelopen tien dagen.

Horthy en Hitler: "Samen maakten ze het land kapot."
* De dag na de verkiezingen werd in het centrum van Boedapest, in strijd met de belofte van premier Orbán dat er na Pasen eerst een debat zou plaatsvinden, begonnen met de bouw van het omstreden monument ter herdenking van de Duitse bezetting in maart 1944. Volgens de Joodse gemeenschap, vooraanstaande historici en vele anderen wordt met dat monument de verantwoordelijkheid voor de Holocaust in Hongarije ten onrechte enkel en alleen bij de Duitsers gelegd, hoewel die massamoord op 600.000 Joodse medeburgers voor 95% het werk was van Hongaarse autoriteiten (onder het deportatiebevel stond de handtekening van regent Miklos Horthy) en heel veel Hongaarse burgers, die al decennia enthousiaste antisemieten en bondgenoten van Hitler-Duitsland waren. Een analyse van de historicus Krisztian Ungváry is hier te lezen. Een paar honderd demonstranten hebben nu al zes of zeven keer de omheining rond het monument in aanbouw in de avonduren afgebroken. Maar die wordt elke ochtend opnieuw opgezet en de bouw gaat dan onverminderd door. De politie heeft nog niet ingegrepen maar wel zijn er justitiële aanklachten voor “het toebrengen van schade aan openbaar bezit” ingediend tegen diverse demonstranten, waaronder een Holocaust overlevende en Imre Mécs – een oud dissident (een van de opstandelingen van 1956 die daarvoor lange tijd in de dodencel zat) en ook een bekende liberale politicus.

* De Hongaarse Nationale Bank, alweer enige tijd onder leiding van Fidesz-man György Matolcsy, blijkt 90 miljard forint oftewel 300 miljoen euro uit te hebben gegeven aan de aanschaf van allerlei zaken die niets met het functioneren van de bank zelf te maken hebben. Het gaat om een hoop onroerend goed maar ook bijvoorbeeld een oude viool. Noch het parlement noch de Raad van Toezicht heeft enig zicht op wat er precies gebeurt. Volgens nieuwsportaal Index zijn de verkopers in vele gevallen Fidesz relaties die op deze manier in feite op staatskosten winstgevende deals afsluiten. De Nationale Bank liet weten dat ze een aanklacht zal indienen tegen Index.

* In het gratis maandblad voor werknemers in overheidsdienst in Hongarije Közszolgálat (4.Jg., Nr. 4, April 2014)  verscheen een redactioneel commentaar dat niet anders kan worden gekarakteriseerd dan als een liefdesverklaring aan premier Orbán. In het artikel (dat hier in het Duits te vinden is) schetst hoofdredactrice Ildikó Petró onder meer hoe haar ziel doorstroomde van warmte na de prachtige rede van de premier op 15 maart, de trotse, menselijke en edele leider van het Hongaarse vaderland die zulke fantastische dingen voor de natie doet. Dit soort persoonsverheerlijkende propaganda is niet alleen stuitend om te lezen, stuitend is ook dat het blad in kwestie gefinancierd wordt met geld van het Europese Sociaalfonds ter verbetering van de openbare dienstverlening.

* min of meer van dezelfde orde: het Nationaal Museum in Boedapest heeft besloten haar collectie over de recente geschiedenis uit te breiden met …. het rugzakje van premier Orban dat hij gebruikte tussen 2006 een 2010. Hoever zijn we nog van “…en dit is de pen van de grote leider, dit de stoel waarin de grote roerganger zat en dat de zakdoek waarin hij zijn neus snoot.” En dat van een premier die al in 2010 verordonneerde dat er van regeringsvergaderingen geen officiële notulen worden gemaakt zodat niets van wat er wordt besproken op papier staat en ooit bekend kan worden.

* De hoogste rechtbank, de Kuria, veroordeelde de makers van een satirische sketch die een paar maanden geleden op Internet verscheen en waarin een aap met de stem van Orbán een tekst van de premier uitspreekt.

* Het aantal mensen in de werkverschaffing (verplicht werk voor de helft van het minimumloon) werd het afgelopen jaar fors opgevoerd tot meer dan 200.000 mensen. Dat werd vervolgens door de regering gebruikt om te claimen dat de werkloosheid in Hongarije drastisch was verminderd. Nu de ‘verkiezingen’ gewonnen zijn, verschijnen al de eerste berichten dat het aantal mensen in dit soort baantjes danig gaat worden verlaagd.

* En tenslotte nog een paar over de verkiezingen.
-  de chef fotografie van staatspersbureau MTI heeft ontslag genomen na een incident waarbij het de fotograaf van MTI verboden werd foto’s te maken van premier Orbán en zijn vrouw toen die hun stem uitbrachten. Alleen een PR-fotograaf van de premier mocht deze plaatjes schieten en die moesten vervolgens door MTI op het net worden gezet.
- Volgens Transparency International heeft Fidesz in totaal zo’n drie miljard forint uitgegeven aan de verkiezingscampagne, drie keer zoveel als het wettelijk maximum dat volgens een door Fidesz  ontworpen wet is toegestaan.
- De door Fidesz benoemde Mediaraad heeft de onafhankelijke TV-zender ATV een boete opgelegd voor het uitzenden van oppositiereclame. ATV had de laatste verkiezingsbijeenkomst van de oppositie live uitgezonden en de uitzending niet onderbroken toen er op het podium verkiezingsspotjes werden vertoond. De dag ervoor had ATV ook de verkiezingsbijeenkomst van Fidesz live en in zijn geheel uitgezonden. Dat leverde geen boete op.
"Stemmen" op straat door Hongaren in Transylvanië
- Professor Kim Lane Schepele van Pirnceton University in de VS schreef een uitgebreide kritiek op de verkiezingen in Hongarije. In haar opinie is er minimaal twijfel over de eerlijkheid van het totale proces en de uitslag, maar is de manier waarop Fidesz de tweederde meerderheid in zetels won ronduit illegitiem. In haar artikel in de New York Times (dat hier in het Engels is te zien) constateert ze onder meer dat Fidesz op diverse manieren het eindresultaat op oneerlijke wijze  heeft beïnvloed: manipulaties bij het samenstellen van kiesdistricten, bij het werven en/of tellen van stemmen van Hongaren in de buurlanden (95,35% zou voor Fidesz hebben gestemd), door het introduceren van “compensatiestemmen voor de winnaar” wat de partij zes of zeven zetels extra opleverde, door het eenzijdig introduceren van een “First past de post system” enz. enz. Een Potemkin verkiezing noemt ze het, ogenschijnlijk is alles in orde maar wie een beetje verder kijkt dan zijn neus lang is, ziet dat er heel veel niet klopt.

woensdag 9 april 2014

De Hongaarse verkiezingsuitslag: vijf harde waarheden



De echte einduitslag komt komend weekeinde, als ook de laatste stemmen geteld zijn van Hongaren uit het buitenland en van diegenen die in een ander district stemden dan waar ze wonen. Maar het is vrijwel zeker dat Fidesz 44,5% van de stemmen heeft, het linkse blok 26%, Jobbik 20,5% en de (groene?) LMP 5,3%. Van de 199 zetels in het parlement krijgt Fidesz er dan maar liefst 133 (66% van de zetels oftewel een tweederde meerderheid), links 38, Jobbik 23 en LMP 5%. Een harde nederlaag voor links, dat leidt geen twijfel, maar ik vrees dat de linkse en liberale partijen daar opnieuw geen enkele lering uit trekken.
We leven beter, dan over vier jaar!

1. Een grote meerderheid van de Hongaren steunt een radicaal nationalistische koers.

Dat ruim 65% van de kiezers stemde voor een radicaal nationalistisch beleid, hetzij in de Orbán/Fidesz variant hetzij in de extreme variant van de extreemrechtse partij Jobbik, is geen goed nieuws voor Europa. Het betekent vier jaar meer “onafhankelijkheidsstrijd” vanuit Boedapest tegen Westerse multinationals en banken (die de arme Hongaren uitbuiten), Brusselse burocraten (die van Hongarije een kolonie willen maken) en Europese linksen en liberalen (die hun visie op de democratie en het economisch model aan ons proberen op te leggen). Het betekent ook vier jaar meer regeringssteun voor nationalistische Hongaarse groepen in de buurlanden waar grote Hongaarse minderheden leven (Roemenië, Slowakije, Oekraïne, Servië) wat in tijden van toenemende nationalistische spanningen in deze regio (Oekraïne) ook geen erg prettig vooruitzicht is. En tenslotte vier jaar meer met een Hongaarse regeringsleider die zich financieel en ideologisch steeds meer aan Putin lijkt te commiteren.

2. Het extreemrechtse Jobbik is een volwassen partij geworden.


Voor het eerst is Jobbik, dat tot nu toe vooral in het arme oosten van het land sterk was, er in geslaagd ook in het westen van Hongarije veel aanhang te krijgen. Sterker nog, op het hele platteland van Hongarije is Jobbik nu vrijwel overal groter dan de links-liberale oppositie. Een belangrijke reden is dat Jobbik in de ogen van veel blanke kiezers op het platteland radicale antwoorden lijkt te hebben op de grote sociale problemen daar: de onderontwikkeling, de armoede, de slechte situatie waarin de kleine boeren verkeren, de desastreuze positie van de zigeuners en alle gevolgen die dat met zich meebrengt. Natuurlijk zijn de meeste mensen die op Jobbik stemmen geen doorwinterde neonazi’s en velen zullen ook op Jobbik hebben gestemd onder het motto: die zijn nog nooit aan de macht geweest, laat die het nu maar eens proberen. Maar dat is dan behoorlijk dom en het geeft ook aan hoe gewoon racistische sentimenten tegen zigeuners, homo’ of joden zijn geworden.

3. De democratische oppositie stelt alleen in de steden nog wat voor.

Op het platteland is de linkse oppositie vrijwel verdwenen en ook in de meeste kleinere steden is links aanzienlijk zwakker dan Fidesz. Maar zelfs in Boedapest – het linkse bolwerk bij uitstek – ontlopen Fidesz en het linkse blok elkaar niet veel. In de rijkere districten van de hoofdstad wint Fidesz met een marge van 5 tot 10%, in de armere districten is links een paar procent sterker (terwijl Jobbik in alle districten van de hoofdstad de derde partij is met ongeveer 10% van de stemmen)

4. Geen eerlijke verkiezingen, maar…

Het waren geen eerlijke verkiezingen zoals die in een Europese democratie thuis horen. Het nieuwe verkiezingssysteem bevoordeelde de regeringspartij op tal van oneigenlijke (maar legale) manieren, de media waren niet vrij, linkse kiezers en activisten voelden zich bedreigd in hun bestaan, de oppositie werd met tal van regeltjes gehinderd in het voeren van campagne, er was geen enkel serieus verkiezingsdebat, er is gesjoemeld met namaakpartijtjes en stemmen uit het buitenland enz. enz. Hongarije is nu al een aantal jaren een autoritaire “borderline”democratie en het kan niet anders dan dat dat de uitslag heeft vertekend, al is het onmogelijk te zeggen in welke mate.
De essentie is dat het systeem door Fidesz is ontworpen om te zorgen dat de partij haar macht (zelfs haar tweederde meerderheid?) kon behouden ook als ze veel aanhang verloor, en dat is precies wat er is gebeurd. Fidesz kreeg 2,1 miljoen stemmen, 600.000 stemmen minder (!) dan in 2010 en ongeveer evenveel als in 2002 en 2006 toen de partij de verkiezingen verloor (maar het kiessysteem evenrediger was). Het zal de komende jaren ongetwijfeld luid van de daken schreeuwen dat ze een tweederde meerheid heeft, maar de werkelijkheid is dat ze 45% van de kiezers vertegenwoordigd: heel veel kiezers, maar nog altijd een minderheid.

5. Links heeft geen alternatief

Tegelijk is het een feit dat het merk “links” uitermate impopulair is geworden, ook onder jongeren. Zelfs met een eerlijker (evenrediger) kiessysteem zou de linkse coalitie deze verkiezingen dik hebben verloren tegen bijvoorbeeld een coalitie van Fidesz en Jobbik en dat hebben ze voor een groot deel aan zichzelf te danken. Tot een paar maanden geleden hebben de diverse linkse partijen en groepen (socialistisch, sociaal
democratisch, groen, liberaal) vooral onderling ruzie gemaakt. Er was en is geen helder gezamenlijk programma, geen sterke organisatie en geen gemeenschappelijke ideologie. Maar met alleen de leuze “Orbán rot op” kom je er niet, dat moge een en andermaal duidelijk zijn Er is eigenlijk geen andere keuze dan het opheffen van alle afzonderlijke partijen en het opbouwen van één nieuwe gezamenlijke partij. Ik vrees dat de linkse oppositiepartijen die les ook nu niet geleerd hebben, maar vlijtig opnieuw beginnen met het stichten van eigen fracties.

zondag 6 april 2014

Verslag van een gemanipuleerde verkiezing


De Hongaarse parlementsverkiezingen zijn van start gegaan en de komende 24 uur doe ik met enige regelmaat verslag. Formeel vrij, maar zeker niet eerlijk, was al bij voorbaat het oordeel van velen over deze 'verkiezingen.' De kiesregels zijn ernstig gemanipuleerd ten gunste van regeringspartij Fidesz, de persvrijheid is aanzienlijk ingeperkt zodat de oppositie het publiek maar moeilijk kan bereiken en veel Hongaren durven zich niet al te openlijk en kritisch uit te laten over de regering uit vrees voor hun baan. En toch is een verrassing niet uitgesloten.

23.00 uur: Fidesz krijgt minder stemmen maar opnieuw een 2/3 meerderheid

Geen grote verrassing dus. Na het tellen van ruim 70% van de stemmen is de trend onmiskenbaar: Fidesz heeft bij de partijlijsten rond de 45% van de stemmen gehaald (in 2010 53%), links ongeveer 25%, het extreem rechtse Jobbik ruim 21% en de centrumrechtse groene LMP net geen 5%. De opkomst was historisch laag, slechts 60,2%.
Het is een diep treurig uitslag, temeer daar Fidesz met deze 45% van de stemmen in de meeste van de 106 kiesdistricten duidelijk de grootste is en dus op die manier waarschijnlijk al zo'n 95 zetels in de wacht sleept (want de districtszetel gaat naar de grootste en die hoeft niet perse meer dan 50% te hebben). Dat geeft de partij hoogstwaarschijnlijk opnieuw een tweederde meerderheid in zetels in het parlement en zo kan Orbán weer vier jaar zonder enige rem of controle verder (bij deze stand van zaken krijgt Fidesz 134 zetels, de linkse oppositie 40 zetels en Jobbik 25 zetels).
Toch voor de volledigheid nog even dit: een partij die minder dan 45% van de stemmen heeft, heeft een 2/3 meerderheid in zetels en hoewel de meerderheid van de bevolking een andere regering wil en voor andere partijen stemt, krijgt die meerderheid nauwelijks zetels. Daarmee heeft het nieuwe kiessysteem precies dat gedaan wat Fidesz wilde toen het dit nieuwe systeem ontwierp. Zoals eerder geconstateerd: deze verkiezingen waren wellicht vrij (in hoeverre er sprake was van fraude zullen we mogelijk later horen) maar zeker niet eerlijk en daarom een Europese democratie onwaardig.


18.30 uur: lage opkomst

Het lijkt erop dat er een lage opkomst is. Om 17.30 was die 56.8%, zo'n 2,5% lager dan bij de verkiezingen in 2010 waarbij de uiteindelijke opkomst maar net boven de 60 uitkwam. Er zijn nog steeds lange rijen bij allerlei stembureaus, soms tot wel twee uur wachttijd. Vier jaar geleden waren er her en der ook lange rijen en dat werkte toen ook niet positief uit. Er zijn altijd mensen die het bij het zien van die paar honderd meter wachtenden maar opgeven en naar huis gaan. De oorzaak nu is vooral het grote aantal mensen dat "elders" stemt en de moeilijke verwerking daarvan. De opkomst in Boedapest was overigens ruim 62%.

Vooral Jobbik klaagt over het vervoeren van kiezers vanuit zigeunerwijken naar de stembus (door Fidesz). Ook zouden er volgens de partij in zigeunerwijken cadeautjes worden uitgedeeld om op Fidesz te gaan stemmen.

14.00 uur: lange rijen

Lange rijen bij diverse stembureaus in Boedapest, met name daar waar er veel kiezers van elders zijn (zie het stukje over potentiële manipulatie van de uitslagen verderop in deze post). Wachttijden lopen inmiddels op tot ruim een uur. Er zijn ook op diverse plaatsen problemen met kieslijsten waar namen in principe op alfabet zijn geordend maar dat blijkt niet altijd te kloppen. Dus worden er mensen naar huis gestuurd omdat ze "niet op de lijst staan" terwijl hun naam dan als ze weg zijn zomaar ergens anders op kan duiken. Volgens sommigen waren er ook vier jaar geleden zulke rijen, maar ik kan me dat eerlijk gezegd niet herinneren.

- De cijfers tot nu toe wijzen op een iets lagere opkomst als in 2010 (om 13.00 uur 34%) en dat is niet gunstig voor de oppositie. Een opkomst tussen de 60% en 65%. geldt als gunstig voor de regering wiens aanhang trouw is en zeker gaat stemmen. Pas als er aanzienlijk meer van de ontevreden mensen de moeite nemen om naar de stembus te gaan en de opkomst boven de 70% komt, maakt de oppositie een serieuze kans. Maar als dat zo doorgaat, zou een groot deel van de ontevredenen thuis blijven omdat ze ook de linkse en de extreemrechtse oppositie niet vertrouwen.

De linkse oppositie komt met eerste meldingen over Fidesz aanhangers die naar de stembus worden vervoerd met voertuigen voor meer dan 9 personen (voorheen was elk georganiseerd vervoer naar de stembus verboden, een nieuwe Fidesz wet verbiedt alleen het gebruik van auto's voor meer dan 9 personen, dus busjes e.d.).

De internet nieuwssites 444.hu en cink.hu mogen vandaag officieel de verkiezingsbijeenkomst van Fidesz in Boedapest niet bijwonen. De regeringspartij heeft verslaggevers van deze sites, die gelden als uiterst kritisch, geweigerd een accreditatie te geven..


12.00 uur: vege tekens?

De stembussen zijn sinds vanochtend vroeg open. Tot nu toe lijkt alles rustig te verlopen. Wel toog Gordon Bajnai, een van de leiders van de oppositie, naar het centrum van de stad om daar met een ploeg mensen de hekken weg te halen die vrijdagavond onverwacht waren geplaatst rond de plek waar een deel van de oppositie vanavond haar verkiezingsbijeenkomst houdt (zie foto). Die manifestatie en de plek daarvoor waren al zeker drie weken bekend en toch besloot de (Fidesz) deelgemeente opeens om alles met hekken af te sluiten ... vanwege bouwwerkzaamheden die na het weekeinde moeten plaatsvinden.

- Er zijn veel berichten van Hongaren in het buitenland die melden dat ze hun stem niet uit hebben kunnen brengen op de Hongaarse ambassades aldaar omdat ze om onopgehelderde redenen niet op de kieslijst bleken voor te komen (hoewel ze zich wel hadden aangemeld). Al eerder kwamen veel klachten binnen van emigranten dat hun aanmelding om te stemmen om onduidelijke redenen steeds weer werden afgewezen (ook van mensen die al velen malen eerder in het buitenland hadden gestemd).

- De afgelopen dagen kwamen er bovendien verontrustende signalen binnen over potentiële manipulatie van de uitslagen in de zogenaamde  zwevende districten. De vrees is dat regeringspartij Fidesz stemmen importeert naar districten waar ze zwak staat om zo de balans in haar voordeel te beslechten. Op de eerste plaats zijn er opvallend veel Hongaren die opeens toestemming hebben gekregen om ergens anders dan in hun eigen woonplaats te stemmen. Het gaat om ruim 120.000 kiezers, waar dat aantal bij vorige verkiezingen altijd tussen de 40.000 en 50.000 was. Is Fidesz bezig een deel van haar kiezers in moeilijke districten te laten stemmen? Op de tweede plaats zijn er tienduizenden Hongaren uit de buurlanden die zich de laatste weken als woonachtig in Hongarije hebben geregistreerd. Volgens de oppositie zijn er adressen waar opeens een heleboel nieuwe inwoners zijn ingeschreven. Deze nieuwe stemmers kunnen dan ook op de kandidaat in dat district stemmen, hoewel ze daar tot nu toe nooit hebben gewoond of zelfs maar zijn geweest (sterker nog, om die stem uit te brengen hoeven ze vandaag alleen maar naar een Hongaars stembureau net over bijvoorbeeld de Hongaars-Roemeense grens). Bij de gemeenteraadsverkiezingen vier jaar geleden is deze truc ook al op een paar plekken gebruikt en één man (de vader van een Fidesz parlementariër) is daarvoor  zelfs door een rechter veroordeeld).

Naast een mogelijke verrassende uitslag wordt de grote vraag dus ook: hoe vrij van fraude wordt deze stembusgang?

vrijdag 28 maart 2014

Gedeisd


In het stadje Szekszárd is de voorzitter van de lokale afdeling van de DK – de liberale partij van ex-premier Ferenc Gyurcsány die ook deel is van de progressieve oppositiecoalitie – een plaatselijke ondernemer. Mij kan niemand onder druk zetten om mijn politieke activisme want ik verdien mijn eigen inkomen, dacht hij. Klopt, maar dat neemt niet weg dat zijn ex-vrouw en zijn zoon, die beiden in Szekszárd in overheidsdienst werken, wel werden benaderd door de plaatselijke macht (Fidesz) met de mededeling dat dat tegendraadse politieke activisme van hun ex-man/vader ‘natuurlijk niet erg gunstig was voor hun loopbaan.’

Alleen Fidesz
Of neem de kleuterleidster met DK-sympathieën die op een private bijeenkomst met vrienden en kennissen fel de huidige Fidesz burgemeester van haar dorp kritiseerde. Een paar dagen later werd ze bij de directrice van de lokale kleuterschool geroepen die haar namens de burgemeester meedeelde ‘dat dit de eerste en de laatste keer was dat ze zich zo negatief over hem uitliet.’ En er is de ambtenares die al meer dan 15 jaar werkte als expert arbeidszaken van de Hongaarse delegatie in Brussel en die van de ene op de andere dag te horen kreeg dat ze kon gaan omdat ze te links-liberaal was. En de architect in dienst van een buitenlandse onderneming in Hongarije die zich tegenover een klant wat snerend uitliet over het beleid van de huidige regering en vervolgens door zijn baas, de lokale Hongaarse manager die openlijk pro-Fidesz is, op staande voet werd ontslagen.

Dit soort verhalen is legio. Het is leraren verboden om in het openbaar te klagen over de gang van zaken op hun school of de werkwijze van KLIK, het nieuwe centrale bureau dat niet alleen beslist over elk wissewasje in elke openbare school van Hongarije maar ook over aanstelling en ontslag van onderwijzend personeel. De vele honderden zo niet duizenden ambtenaren die de afgelopen jaren door Fidesz zijn ontslagen omdat ze als politiek onbetrouwbaar golden, staan op een virtuele zwarte lijst om te zorgen dat geen enkele overheidsinstantie of semi-overheidsinstantie hen nog aanneemt. Het is voor buitenlandse journalisten moeilijker dan ooit om mensen te vinden die willen zeggen wat ze echt denken over de politieke situatie, zeker als er een TV camera aan te pas komt. En de samenstellers van opiniepeilingen moeten tegenwoordig vier- tot vijfduizend mensen opbellen om een “representatieve steekproef van duizend respondenten” bij elkaar te schrapen, aangezien de grote meerderheid weigert hun vragen zelfs maar anoniem en aan de telefoon te beantwoorden (tot een jaar of drie geleden werkte 1 op de 2 mee, nu is dat 1 op de 3 a 4).

Want de boodschap is duidelijk en wordt heel goed begrepen. Wie zich openlijk en actief tegen de huidige regering keert, riskeert daarmee zijn baan bij de overheid, de semi-overheid, zoals het onderwijs en de culturele sector, en zelfs bij een hoop private bedrijven die ofwel goede banden hebben met de machthebbers ofwel afhankelijk zijn van opdrachten van die overheid (media en reclame, de bouw, de dienstverlening. Het zal lang niet altijd echt gebeuren, maar je loopt wel dat risico. En premier Orbán wakkert die angst in zijn speeches, bijvoorbeeld op de 15e maart, ook keer op keer aan. 'Wij Hongaren zijn in oorlog met de multinationals, met de bureaucraten in Brussel, met slinkse linkse en liberale machten uit het buitenland die ons willen koloniseren en knechten. Er zijn maar twee mogelijkheden: ofwel je bent een trotse Hongaar en je steunt ons ofwel je bent een verrader van de nationale zaak en een lakei van het buitenland.' Is het een wonder dat zelfs veel van degenen die niet geloven in alle nationalistische en populistische slogans – en dat zijn er helaas veel te weinig –zich liever net als het grote gros van de bevolking gedeisd houden. Zoals een campagneleider van de socialistische partij MSZP recent verzuchtte: ik schat dat de overgrote meerderheid van onze activisten inmiddels zijn of haar baan is kwijtgeraakt.

Ik ben de eerste om te erkennen dat de oppositie er de afgelopen vier jaar niet veel van heeft gebakken. Ze was te verdeeld, te verward, te weinig zelfkritisch, vernieuwend en professioneel en zal mede daarom deze 'verkiezingen' hoogstwaarschijnlijk verliezen. Maar er zijn bepaald ook factoren die zo'n uitkomst vrijwel onvermijdelijk maken, van de gemanipuleerde kiesregels en de beperkte mediavrijheid tot dit soort praktijken die het voeren van een zeer actieve huis-aan-huis campagne wel heel moeilijk maken. "Er heerst een klimaat van angst en apathie, maar de stem die kiezers op 6 april a.s. uitbrengen is nog wel geheim en vrij en daarvoor moeten we de bevolking mobiliseren," aldus oppositieleider Gordon Bajnai optimistisch. Het klinkt als een laatste strohalm.

dinsdag 18 maart 2014

Bang voor debat



Verkiezingsdebatten in Nederland mogen vaak saai, verwarrend, irritant en – met hun ingestuurde oneliners en grappen – zelfs deels gespeeld zijn, ze zijn en blijven een verschijnsel dat het wezen van de democratie uitdrukt. Een aantal dames en heren debatteren over van alles en nog wat en dan beslissen de kiezers wie ze het beste (of het minst slecht) vinden.

Wat mij betreft is het dan ook tekenend dat er in Hongarije aan de vooravond van de parlements verkiezingen van 6 april geen enkel debat plaatsvindt. Want? Want Fidesz en Viktor Orbán weigeren al sinds 2006 aan welk debat dan ook deel te nemen. In Nederland wemelt het tegen verkiezingstijd van de debatten tussen lijsttrekkers: bij de publieke omroepen, bij de commerciëlen en de regionalen, op de radio, bij de geschreven pers en in zaaltjes. Overal gaan politici met elkaar in debat, want dat is waar democratie om draait. Toch?
Maar Viktor Orbán heeft opnieuw de uitdaging van de oppositie voor een TV debat afgeslagen, zoals hij dat ook in 2010 deed en zoals Fidesz dat altijd en overal doet. Dat begon allemaal in 2006, toen Viktor Orbán een TV debat verloor van de toenmalige socialistische kandidaat premier Ferenc Gyurcsány. Hij heeft Gyurcsány die “vernedering” (want zo ziet hij het) nooit vergeven en sindsdien is het vermijden van serieus debat de partijstrategie van Fidesz. Dat gaat zo ver dat – en ik spreek hier uit persoonlijke ervaring – Fidesz politici zelfs uitnodigingen afwijzen van organisaties van buitenlandse ondernemers of buitenlandse journalisten in Hongarije  om te komen praten over een bepaald onderwerp (onderwijs, belastingen, hondenpoep van mijn part). Ze komen alleen als zij de enige spreker zijn, zodra er sprake is van een politicus van een andere partij die ook aanwezig is, doen ze niet mee. Debat past klaarblijkelijk niet in hun beeld van wat een democratie is.

Verder campagnenieuws:

- Volgens de nieuwe Fidesz wetgeving mogen partijen bij deze verkiezingen maximaal 1 miljard forint (3,3 miljoen euro) per partij uitgeven aan de verkiezingscampagne. Transparency International houdt de stand precies bij en wat blijkt? Eind februari (met de voornaamste vijf weken van campagne nog te gaan) zitten alle oppositiepartijen nog redelijk onder dat bedrag. Maar Fidesz heeft al 2,2 miljard uitgegeven en is dus fors in overtreding van haar eigen wetgeving.
Niet formeel natuurlijk, want zo doet de partij dat. Een groot deel van de campagne wordt gevoerd door een Fidesz mantelorganisatie die plakkaten ophangt, demonstraties organiseert en pamfletten verspreidt en daarnaast krijgt de bevolking op grote schaal “regeringsinformatie.” Maar iedereen weet wat dat betekent, zoals iedereen weet dat die soldaten op de Krim Russische soldaten zijn, dat het WK voetbal in Qatar is gekocht en dat Kim Jong-un van Noord Korea niet de steun heeft van 99,9% van de bevolking.

- In datzelfde kader worden er opeens ongelofelijk veel linten doorgeknipt van weer nieuwe projecten die moeten bewijzen dat Hongarije onder Orbán het beter doet. Openingen in de tweede helft van maart: het nieuwe Kossuth plein voor het parlement, de nieuwe (vierde) metrolijn, het nieuwe Design Centre bij het Deák plein, het gerenoveerde Vigadó theater aan de Donau en het vernieuwde Olympisch Park naast het parlement (vergeet ik er nu nog een of twee, de gerenoveerde Bazár aan de voet van de Burchtheuvel?). Natuurlijk is er op zich niets tegen als er wordt vernieuwd en gerenoveerd (allemaal overigens voor 90% op kosten van dezelfde EU waar Orbán altijd zo tegen tekeer gaat, maar met Brussels geld is niets mis). Toch is het nogal doorzichtig om alles net nu officieel te openen, vooral omdat de meeste projecten zo overduidelijk nog helemaal niet af zijn.

- De nieuwe Fidesz regels stimuleren nieuwe splinterpartijtjes om aan deze verkiezingen mee te doen. De overheid geeft voor vele miljoenen forinten subsidies aan nieuwe partijen terwijl de controle op de besteding van dat geld minimaal is. Wie het een beetje handig speelt, zo waarschuwden critici al bij voorbaat, kan ook al krijgt hij geen stem een aardige som overhouden. En dus hebben we inderdaad een aantal partijtjes op de kieslijst waarvan iedereen weet dat ze fake zijn. Maar intussen wordt wel de verwarring voor de zwevende kiezer alleen maar groter, temeer daar sommigen van die namaakpartijen namen hebben die sprekend lijken op namen die door de echte democratische oppositie worden gebruikt.
Ook zijn er duidelijke aanwijzingen dat een aantal van die partijtjes fraude hebben gepleegd om op de kieslijst te komen (het kopiëren en vervalsen van handtekeningenlijsten die aan moeten tonen dat ze voldoende steun in het land hebben). Maar de Nationale Kiescommissie weigert dat vóór de verkiezingen zelf uit te zoeken en laat die partijtjes toch gewoon meedoen.

- Tenslotte de opiniepeilingen. Daarin doet de oppositie het nog steeds slecht. Zo'n 40% is nog steeds zwevend, en Fidesz krijgt bij mensen die zeker weten dat ze naar de stembus gaan 40-50% van de stemmen, de democratische oppositiecoalitie 25-30% en de rechts-radicalen van Jobbik 15-20%. Maar wat ik een onthullend cijfer vind, is dat een onderzoeksbureau ongeveer 4000 mensen moet afwerken om uiteindelijk een representatieve steekproef van 1000 personen te krijgen. Want maar liefst drie op de vier mensen weigeren mee te doen en te zeggen of en op wie ze gaan stemmen. Heeft zo’n onderzoek statistisch dan eigenlijk nog wel waarde? Zowel de democratische als de rechts-radicale oppositie hopen van niet en zeggen dat ze nog altijd een kans maken om, ondanks alle manipulaties van de regering Orbán, te winnen.

maandag 3 maart 2014

Zelfs met 100.000en stemmen meer, verliest de oppositie nog.



Volgens Robert Lászlo van het wetenschappelijke instituut Political Capital zal de oppositie in Hongarije bij de verkiezingen op 6 april a.s. 300.000 stemmen meer moeten krijgen dan regeringspartij Fidesz om evenveel zetels binnen te halen. In andere woorden, zelfs als de oppositie tot 6% meer stemmen weet te winnen dan Fidesz, verliest ze de verkiezingen nog omdat Fidesz dan nog steeds meer zetels heeft in het parlement.

Volgens László is dat vooral het gevolg van de manier waarop Fidesz geheel eenzijidg de nieuwe kiesdistricten heeft ingedeeld. Zo zijn veel traditioneel linkse kiesdistricten opgeknipt. In het district Hajdu Bihar bijvoorbeeld (zie plaatje) won de MSZP in 2006 in 3 van de 9 districten en Fidesz in 6, maar zou Fidesz volgens de huidige regels bij exact dezelfde stemmenverdeling als destijds alle zes nieuwe kiesdistricten winnen.Tegelijk zijn de traditioneel linkse kiesdistricten die zijn overgebleven systematisch tot wel 30% groter dan kiesdistricten die traditioneel rechts zijn, zodat  Fidesz dus systematisch minder stemmen nodig heeft om een district en dus een zetel in het parlement te veroveren.  Dit onderstreept de conclusie van een reeks andere waarnemers dat er zeer grote vraagtekens geplaatst moeten worden bij de eerlijkheid van het nieuwe Hongaarse kiessysteem. Of zoals een enkeling het formuleert: deze verkiezingen zijn wel “free” maar niet “fair.”

Intussen reizen Fidesz ministers sinds de officiële start van de verkiezingscampagne half februari stad en land af en strooien met dure beloftes en cadeaus.Volgens weekblad HVG is in de afgelopen twee weken door vertegenwoordigers van de regering al voor een slordige één triljoen forint (drie miljard euro) aan uitgaven toegezegd. De minister van justitie bezocht zijn thuisstad Vesprém met de mededeling dat een nieuwe Fidesz regering een schuld van 600 mlj forint (2 mlj euro) overneemt die is gemaakt ten behoeve van de bouw van een sportstadion. De minister van defensie opende een nieuw kunstencentrum (!) in de stad waar hij kandidaat is. Een staatssecretaris in het bureau van de premier kondigde in Tatabánya aan dat een nieuwe Fidesz regering ook een schuld van die stad van 6 miljard forint (20 mlj euro) overneemt. Verder keurde de regering een voorstel goed om een nieuwe voetbalacademie te bouwen in een deelgemeente van Boedapest, kreeg de stad Makó de bouw toegezegd van een nieuwe grenspost en de stad Pécs een nieuwe basketbal academie. Tegelijk worden overal in het land informatiebijeenkomsten gehouden over de nog verdergaande daling van de kosten voor gas, elektra en water die de burgers dankzij de Fidesz regering tegemoet kunnen zien.

Tegelijk klaagt de oppositie steen en been over de zeer beperkte mogelijkheden die het heeft om verkiezingspropaganda te bedrijven, omdat dat soort activiteiten dankzij nieuwe regelgeving van de Fidesz regering sterk is ingeperkt en de oppositie een ernstig gebrek heeft aan geld en nauwelijks toegang tot de media en de advertentiemarkt. Openbare verkiezingsdebatten, bijvoorbeeld op TV of radio, zijn er niet (daar werkt Fidesz niet aan mee), dus ook dat is geen manier om de publieke opinie te beïnvloeden.De democratische coalitie “Samenwerking” beperkt zich vooralsnog noodgedwongen grotendeels tot kraampjes op drukke punten in de stad en het direct aanspreken van kiezers op straat, met in de planning een soort wanhoopsoffensief met posters en advertenties in de laatste twee weken voor verkiezingsdag. Je weet tenslotte maar nooit. De gebeurtenissen in Oekraïne roepen bij heel wat Hongaren ongemakkelijke herinneringen op aan Boedapest 1956 en Praag 1968. In dat licht is de “wending naar het Oosten” die Orbán voorstaat (zie de deal die hij nog maar zes weken geleden sloot met Putyin over uitbreiding van de kerncentrale in Paks en een grote financiële lening) misschien toch niet zo gelukkig?